Feiten en cijfers

U vindt hier feiten en cijfers over het proces van studiekeuze, studieuitval, onderwijsbeleid en aantallen studenten in het hoger onderwijs: 

1. Hoeveel bezoekers trekt Studiekeuze123.nl?  
2. Te weinig aandacht voor studiekeuze
3. Hoeveel studenten kiezen een verkeerde studie?
4. Wat vergroot de kans op uitval?
5. Een verkeerde studiekeuze kost de overheid veel geld
6. Overheidsbeleid: meer participatie aan het hoger onderwijs
7. Minister Plasterk wil uitval terugdringen

8. Steeds groter tekort hoger opgeleiden
9. Steeds meer studenten in hoger onderwijs
10. Internationalisering
11. Allochtone studenten in Nederland
 


1. Hoeveel bezoekers trekt Studiekeuze123.nl?  

Sinds de start van de website in 2006 weten steeds meer scholieren en studenten Studiekeuze123.nl te vinden. Met een jaarlijkse verdubbeling van het aantal bezoekers is het gebruik enorm toegenomen. In 2008 trok de site een half miljoen bezoekers. Eind 2009 trok de site gemiddeld zo'n 70.000 bezoekers per maand en bijna 700.000 bezoekers per jaar. Ongeveer 600.000 unieke bezoekers. Het aantal gemaakte vergelijkingen van opleidingen is ook flink gestegen. In 2008 is dit verdrievoudigd ten opzichte van 2007. In 2009 steeg het aantal vergelijkingen wederom ten opzichte van 2008.

Aantal bezoeken per maand

Studenten beoordelen in de Studentenmonitor 2007 de site Studiekeuze123.nl met een een dikke 7. In 2006, op het moment dat de site een half jaar online was, kende 19% van de eerstejaars studenten Studiekeuze123 en had 13% de site ook daadwerkelijk bezocht. Dit blijkt uit de Studentenmonitor, de jaarlijkse peiling van het ministerie van OCW naar de mening van studenten.

Uit een onderzoek van Studiekeuze123.nl blijkt overigens dat studenten zich slecht laten voorlichten. Eenderde van de universitaire studenten en zelfs ruim de helft van de hogeschoolstudenten kiest een opleiding zonder bewust een keuze te hebben gemaakt uit meerdere opleidingen of instellingen. Recent onderzoek laat zien dat er opvallende verschillen zijn in het gebruik van informatiebronnen tussen uitvallers en overige studenten. 'Niet-uitvallers' maken meer dan twee keer zoveel gebruik van onafhankelijke informatiebronnen zoals de site Studiekeuze123.nl (Studentenmonitor 2007).

Bron: Studiekeuze123.nl


2. Te weinig aandacht voor studiekeuze

Uit een onderzoek van Studiekeuze123.nl blijkt dat studenten zich slecht laten voorlichten. Eenderde van de universitaire studenten en zelfs ruim de helft van de hogeschoolstudenten kiest een opleiding zonder bewust een keuze te hebben gemaakt uit meerdere opleidingen of instellingen. Om aankomende studenten te helpen, maakt Studiekeuze123.nl het aanbod van het hoger onderwijs transparant. Hierdoor kunnen aankomende studenten verschillende opleidingen beter vergelijken en dus een betere keuze maken. Het is de bedoeling dat een meer overwogen studiekeuze tot minder studieuitval leidt. Daarnaast stimuleert de site de doorstroming binnen het hoger onderwijs. Recent onderzoek laat zien dat er opvallende verschillen zijn in het gebruik van informatiebronnen tussen uitvallers en overige studenten. 'Niet-uitvallers' maken meer dan twee keer zoveel gebruik van onafhankelijke informatiebronnen zoals de site Studiekeuze123.nl (Studentenmonitor 2007).


3. Hoeveel studenten kiezen een verkeerde studie?

Steeds meer studenten in het hoger onderwijs switchen tijdens het eerste jaar.

Wetenschappelijk onderwijs (universiteit) (bron: Kennis in Kaart 2009)

  • Ruim 24,4% van de vwo-leerlingen die voor een universitaire opleiding kiest, heeft binnen een jaar het idee op de verkeerde plaats te zitten (het jaar daarvoor was dit 25,0%). 21,4% wijkt na een jaar uit naar een andere vervolgstudie, ruim 10,5% stopt met studeren aan de universiteit.
  • Van de wo-studenten die in 2007 startten bedroeg de studie-uitval in het eerste studiejaar 10,5%; van deze studenten ging 6,4% naar het hbo, 4,1% volgde geen onderwijs meer.
  • Van de eerstejaars studenten stapte in 2007 15,0% over naar een andere opleiding in het wo
  • Van de universitaire studenten is na 7 jaar ongeveer 13% uitgevallen; 12% is dan nog bezig met de studie en ongeveer 75% heeft een diploma in het hoger onderwijs gehaald, deels na geswitcht te zijn naar het hbo.

Hoger beroepsonderwijs (bron: Kennis inKaart 2008)

  • Van de hbo-studenten die in 2007 gestart zijn, was de studieuitval in het eerstejaar 17,6% (in 2006 was dit nog 17,3%, in 2005 15,2%). Uit gegevens van het CBS komt naar voren dat de uitval het grootst is onder studenten afkomstig van het mbo (22% in het eerste jaar). 
  • Van de voltijdse hbo-studenten die in 2001 aan hun studie begonnen, haalde 63% na 6 jaar een hbo-diploma en 2% een wo-diploma. Na 6 jaar is 22% uitgevallen, terwijl 13% nog bezig is. Studenten die overstappen naar een andere hbo-opleiding of naar het wetenschappelijk onderwijs worden hier niet als uitval gerekend.
  • Er zijn geen cijfers van switchers in het hoger beroepsonderwijs bekend. Switchers zijn in het hoger beroepsonderwijs moeilijker te meten omdat veel opleidingen binnen de bachelorfase inhoudelijk dicht bij elkaar liggen zodat niet altijd duidelijk is wanneer sprake is van een overstap naar een andere studie.

In opdracht van OCW voerde ResearchNed het onderzoek 'Studieuitval in het hoger onderwijs' (2008) uit. Van de 27.955 uitvallers (in 2004) vulden 4.210 een uitvalvragenlijst in. Hieruit blijkt dat de studie-uitval in het hbo groter is dan in het wo. In het hbo noemen studenten persoonlijke omstandigheden (22%), gebrek aan motivatie (16%) en verkeerde studiekeuze en onvrede met de manier van lesgeven (beide 15%). Afhakers uit het wo noemen gebrek aan motivatie (25%), persoonlijke omstandigheden (23%), verkeerde studiekeuze en het vinden van een baan (beide 10%). Bijna 60% van de uitvallers wil in de toekomst weer een opleiding in het hoger onderwijs volgen. Voor 20% is dat de oude opleiding, 37% switcht van studie. Ruim 40% stopt definitief met het hoger onderwijs. Bijna de helft van de hbo-studiestakers gaat naar het mbo. Een derde van de wo-studiestakers kiest voor particulier onderwijs.


4. Wat verhoogt de kans op uitval?

Uit de Startmonitor 2008 van het onderzoeksbureau ResearchNed blijkt dat scholieren die niet goed nadenken over hun studiekeuze vaker in het eerste jaar uitvallen. Ook scholieren die laat beginnen met nadenken over hun studiekeuze en laat hun keuze maken vallen vaker uit. Het bezoeken van open dagen, en in het bijzonder intensievere voorlichtingsdagen zoals meeloopdagen en proefstuderen, heeft duidelijk een positief effect. Scholieren die een opleiding kiezen omdat ze die inhoudelijk interessant vinden, vallen ook minder vaak uit dan scholieren die alleen kiezen op basis van startsalaris en baankans. Op basis van dergelijke verschillen zou met een vragenlijst aan het begin van het studiejaar veertig procent van de studenten opgespoord kunnen worden die tijdens het eerste jaar stoppen met hun studie, aldus ResearchNed.
Startmonitor 2008 (ResearchNed 2009) 


5. Een verkeerde studiekeuze kost de overheid veel geld

De onderbenutting van capaciteiten van leerlingen, miskenning van toptalent, niet optimale studiekeuzes en onnodige studieuitval kosten Nederland jaarlijks 7 miljard euro. (Bron: Nationale Denktank, oktober 2007)

Een verkeerde keuze leidt tot switchen naar een andere studie of helemaal stoppen met studeren. Van de HBO-studenten valt 25% na gemiddeld 2,3 jaar uit. In 2005 waren dit 22.400 studenten. De gemiddelde bekostiging door de overheid van een HBO-student is 5.300 euro. Omgerekend betekent dit dat de uitval van HBO-studenten 273 miljoen euro kost. Een soortgelijke rekensom voor de uitval van universitaire studenten komt uit op extra kosten voor de overheid van 100 miljoen euro. (Bron: Beleidsreactie van ministerie van OC&W op advies Onderwijsraad 'De helft van Nederland hoogopgeleid'. Het betreft hier de kosten van uitval van het cohort van studenten die starten in collegejaar 2005-2006)


6. Overheidsbeleid: meer participatie aan het hoger onderwijs

Nederland wil het deelnameniveau aan het hoger onderwijs verhogen in de richting van 50% in 2010 en wil dat in 2020 50% van de beroepsbevolking tussen 25 en 44 jaar hoger is opgeleid. Deze doelstelling is in 2006 geformuleerd. (Bron: beleidsreactie van ministerie van OCW op advies Onderwijsraad 'De helft van Nederland hoogopgeleid')

Volgens het CBS namen de studentenaantallen in het hbo en wo in 2007/2008 beide met 2% toe. Dit leidt tot de prognose dat de doelstelling van 50% hoger onderwijs deelname in 2011 of 2012 wordt gehaald. Om de tweede doelstelling (50% van de beroepsbevolking) te halen, zou in de periode 2011 t/m 2020 jaarlijks gemiddeld 25.000 personen extra het diploma moeten halen (Bron: Scienceguide.nl)

In 2000 zijn de Lissabon-doelstellingen vastgelegd om Europa om te vormen tot een concurrerende kenniseconomie. Als het gaat om levenlang leren, heeft Nederland het streefcijfer dat in 2010 20% van de 25- tot 64-jarigen deelneemt aan onderwijs en trainingsactiviteiten.


7. Minister Plasterk wil uitval terugdringen

Het kabinet wil de kwaliteit van het hoger onderwijs verhogen en de uitval van bachelorstudenten verminderen. Dit onder meer door het studiesucces van studenten en het rendement van niet-westerse migranten te verhogen, excellentie in bachelor- en masteropleidingen te verhogen, en meer excellente studenten aan te trekken (OCW, Publicatie Hoger onderwijs met meer kwaliteit en minder uitval)

Het kabinet besteedde in 2008 11 miljoen euro aan het tegengaan van uitval van studenten (oplopend tot jaarlijks 75 miljoen euro vanaf 2011). Dat schrijft minister Plasterk in 'Het hoogste goed:de Strategische Agenda voor het Hoger Onderwijs' (23 november 2007). Minister Plasterk wil de uitval van studenten in de bachelorfase in de komende zeven jaar halveren. Het geld gaat naar onderwijsinstellingen voor extra lesuren en intensievere begeleiding van studenten. Over de uitvoering van de Strategische Agenda zijn in 2008 meerjarenafspraken gemaakt met de VSNU en de HBO-raad. Daarnaast trekt minister Plasterk de komende jaren 40 miljoen euro uit om excellente bachelorstudenten in het hoger onderwijs te stimuleren.


8. Steeds groter tekort hoger opgeleiden

De komende jaren dreigt er in Nederland een schreeuwend tekort aan hoger opgeleiden te ontstaan. In 2012 heeft Nederland ongeveer 300.000 extra hoger opgeleide werknemers nodig om aan de vraag van de arbeidsmarkt te kunnen voldoen. Uit de statistieken blijkt dat we dat aantal niet gaan halen, in 2012 zal er waarschijnlijk een tekort van 100.000 hoger opgeleiden zijn. Dit is ook een reden om verkeerde studiekeuze en studieuitval terug te dringen, want door studieswitch duurt het langer voordat afgestudeerden beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt (Bron: Advies Onderwijsraad, 2005).  Het is mogelijk dat de door de recente kredietcrises (2008/9) er minder hoger opgeleiden nodig zijn op de arbeidsmarkt dan eerder verondersteld, maar gegevens hierover zijn nog niet bekend.


9. Steeds meer studenten in hoger onderwijs

Ieder jaar groeit het aantal studenten dat kiest voor hoger onderwijs. In 2008/2009 telde het hoger onderwijs 603.000 studenten, 2% meer dan in het voorafgaande studiejaar. Hieronder vindt u exacte gegevens over hbo en wo.

Aantal studenten HBO
In 2008 telde het hbo 118.644 eerstejaars. Dat is meer dan 2,4% meer dan in 2007. In 2008 studeren een kleine 384.000 studenten aan de 42 hogescholen in Nederland, dat is 2/3 van het totaal aantal studenten in het hoger onderwijs (Bron: HBO-raad).

Aantal studenten universiteiten
Op 1 oktober 2008  stonden er 219.000  studenten bij een door de overheid bekostigde universiteit ingeschreven. Vooral het aantal niet-westers allochtone studenten is de afgelopen jaren duidelijk toegenomen (Bron: VSNU).

Steeds meer studenten volgen een wo-master aan een andere instelling dan waar zij hun wo-bachelor gevolgd hebben. Het is gestegen van 1,4% (2003), 2,5% (2004), 4,7% (2005), 6,2% (2006) naar 7,7% (2007). Bron: 1cijferHO 2008. 


10. Internationalisering

De Engelstalige website www.studychoice.nl maakt het Nederlandse studie-aanbod toegankelijk in het buitenland en geeft een overzicht van Engelstalige opleidingen. De transparante vergelijkende informatie is een voorwaarde om mee te kunnen doen met de onvermijdelijke internationalisering van het hoger onderwijs.
Het formele besluit over internationalisering dateert van juni 1999, de zogenaamde Verklaring van Bologna. Deze betreft een afspraak tussen 29 Europese landen om hun stelsels van hoger onderwijs te hervormen. Het doel is een gemeenschappelijk en open Europees hoger onderwijs met onderling vergelijkbare graden en erkende diploma's. De invoering van de bachelor-masterstructuur is daarvan het gevolg.

In 2008 studeerden 76.000 buitenlandse studenten uit 59 landen in Nederland. Dit is een lichte stijging ten opzichte van eerdere jaren. Hiervan volgden 51.000 een volledig studieprogramma in Nederland. De Universiteit Maastricht trekt de meeste buitenlandse studenten. (Bron: Internationaliseringsmonitor 2008) Daarvan komen er 30.400 uit de EU/EEA, 17.850 komen van daarbuiten en er zijn 6.550 exchange students. Internationaal gezien heeft Nederland weinig buitenlandse studenten. De landen met de meeste buitenlandse studenten zijn Australie, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk.
De meeste buitenlandse studenten in Nederland komen uit Duitsland, gevolgd door China, Belgie, Spanje, Frankrijk, Indonesie, Italie, US, Polen, Engeland, Turkije en Bulgarije. Recente cijfers van het aantal Nederlandse studenten dat in het buitenland studeert, zijn niet beschikbaar. In 2006 studeerden 43.750 studenten een periode in het buitenland. Hiervan volgden 14.150 een volledige studie in het buitenland (waarvan 2900 in een land buiten Europa). (Bron: Internationaliseringsmonitor 2008).


11. Allochtone studenten in Nederland

Het aantal allochtonen in het hoger onderwijs is ten opzichte van 1995/1996 meer dan verdubbeld, het aantal niet-westerse allochtonen op het hbo verdrievoudigde in die periode zelfs. 
In het wo nam het aantal westers-allochtone studenten ten opzichte van 1995/1996 toe met 30% en is het aantal niet-westerse allochtonen meer dan verdubbeld tot bijna 26.000. Het aantal autochtone studenten nam in dezelfde periode slechts met 7 procent toe. (Bron: Jaarboek Onderwijs in Cijfers 2009, CBS)


Bronnen
Studiekeuze en studiesucces, een selectie uit de Startmonitor over studiekeuze, studieuitval en studiesucces in het hoger onderwijs (ResearchNed 2009)
Studiekeuze en studiesucces. Brief van minister Plasterk aan Tweede Kamer (19 nov. 2008) 
Kennis in kaart 2008: Hoger onderwijs en onderzoek , OCW, 2008
Internationaliseringsmonitor 2008, Nuffic 2009
Studieuitval in het hoger onderwijs, ResearchNed, in opdracht van OCW, september 2008
Naar een volwassen bachelor-masterstructuur, notitie OCW okt 2008
Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs, HBO-raad, mei 2008
Jaarboek Onderwijs in Cijfers 2009, CBS
Studentenmonitor 2007
Het hoogste goed: strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoek- en wetenschapsbeleid, OCW, november 2007
VSNU
HBO-raad  

 

Geselecteerde studies
  • Er is nog niets geselecteerd
Geselecteerde studies bij instellingen
  • Er is nog niets geselecteerd
Zoeken door studieaanbod:
Zoekresultaten verfijnen      
Extra zoekfilters    

English taught only

 

Mijn favoriete studiesteden

waar je graag zou willen studeren

 
Terug naar begin van deze pagina